Zwakbetoonde vormen van lidwoorden, voornaamwoorden, enz.
Zoals in het Nederlands de vormen als 'k (ik), ie (hij) en 't (het) mogelijk zijn, kan men in het Maaseikers voor deze onbeklemtoonde vormen het weglatingsteken (apostrof) gebruiken.
Vb. ein - ‘n
eine - ‘ne
einen – ‘nen
häöm – ‘m
het – ‘t
di-jne – d’ne
mi-jne – m’ne
ins – ‘ns
N.B
Men doet er goed aan bij het weergeven van zwakbetoonde vormen niet te overdrijven. Ook wanneer men vormen schrijft zoals diech, häöm, mi-jne (jij, hem, mijne), zal de lezer de onbeklemtoonde vorm lezen.
Genus-n en verbindings-n
De genus-n wordt geschreven achter de lidwoorden "de" en "eine" bij de mannelijke zelfstandige naamwoorden of bij mannelijke zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, die beginnen met een klinker, een tweeklank of een d, t of h.
Vb. d’n aap, d'n hónd, d'n dopper, d'n tand, einen aap, einen hónd, 'nen aap,
'nen hónd, d’n awwe, d’n dikke, enz.
Naast de genus-n komt de verbindings-n voor. Het wordt aan het gehoor van de schrijver overgelaten of men ze wel of niet noteert. Men schrijft ze steeds vast aan het voorafgaande woord.
Vb . Wieë höbben häöm gezieën.
Goojen daag
Vreemde woorden
Omwille van de herkenbaarheid schrijft men vreemde woorden in eerste instantie op de "buitenlandse" wijze’. Wanneer het woord is aangepast aan het Maaseikers schrijft men het in de MSK-spelling.
Vreemde woorden: cassette-recorder, vaccinatie, enz.
Ingeburgerde woorden: boezji-j (kaars), kaffee (café), enz.
Eigennamen
Eigennamen, zoals aardrijkskundige plaatsnamen, worden, naargelang van het inzicht van de schrijver, nu eens op de Maaseiker, dan weer op de Nederlandse manier geschreven. Men dient in het oog te houden dat de herkenbaarheid van de naam niet te zeer geweld mag worden aangedaan.
Voorbeelden:
Diakritische tekens en woordtekens
Het circumflex (^)
Dit teken is facultatief en wordt uitsluitend gebruikt om de sleeptonige uitspraak aan te geven. Bij een dubbel letterteken plaatst men het accent circumflex op de laatste letter. Vb. “eine steîn” (Ned. een steen)
Het accent grave
Dit teken geeft aan dat de klinker meer velaar, meer achteraan in de mond, wordt gevormd dan het Nederlands equivalent.
Vb. "mèt" (Ned. met),
"bèd" (Ned. bed)
Het accent aigu
Dit teken wordt gebruikt voor de half-gesloten o-klank.
Vb. "bóks" (Ned. broek)
Het wordt tevens gebruikt op de e bij het schrijven van bepaalde Franse woorden, die niet als ingeburgerd kunnen beschouwd worden.
Vb. "congé, attaché"
Hetzelfde teken is ook in gebruik om een speciale beklemtoning aan te geven.
Vb. "Det ich dét nog ins zou mètmake"
Het trema
Duidt in het Maaseikers een klankverandering aan, nl. een umlautsvorm of een tweeklank met een ë-naslag.
Vb. "köpke" (Ned. kopje, hoofdje) = umlautsvorm van kop.
"päölke" (Ned. paaltje) = umlautsvorm van paol (Ned. paal)
"gehuuër" (Ned. gehoor)
Mag ook, bij alleenstaande woorden en als er twijfel of misverstand zou kunnen ontstaan gebruikt worden om een doffe e (sjwa) weer te geven.
Vb. "këpel" (Ned. kapel)
Het verbindingsteken of koppelteken
Meer dan in het Nederlands nodig is, moet de schrijver van het Maaseiker dialect soms zijn toevlucht nemen tot het gebruik van een verbindingsteken om misverstanden te voorkomen.
Vb. "dao-in" (Ned. daarin)
"wi-j" (Ned. zoals, hoe)
"woe-aan" (Ned. waaraan)
Het weglatingsteken (apostrof)
Wordt gebruikt bij de weergave van de onbeklemtoonde vormen van lidwoorden en voornaamwoorden.
Vb. 'ne, 't, 'm.